Blue Flower

Jan Minderhoud las het boek van Robert Fraser, Christen @ Work, en hij schreef het volgende artikel. Het uitgangspunt van Robert Fraser is: het hele leven mag onder de heerschappij van Christus geleefd worden, dus ook het economische leven. 

Ik geef enkele grondgedachten van het boek weer, niet zozeer door een samenvatting te maken, maar door al een eerste doorvertaling naar onze Nederlandse samenleving te zoeken.

www.marktplaats.nl  mag www.Marktplaats.JC  worden: 

Jezus Christus als Heer over het hele leven, dus ook ons omgaan met geld en goed. Dus ook die 40 uur of meer dat we in het gezin, in een bedrijf, voor de overheid of als vrijwilliger werken. Je (vrijwilligers)werk is de plaats waar God je gesteld heeft, dus dat is ook je roeping. Incl. gezinsleven, opvoeding van de kinderen. Dáár mogen de principes en contouren van het Koninkrijk zichtbaar worden.Lees o.a. 1 Kor. 7:17,20-24,  Efez. 6:7-8, Kol. 3:17,23. Maar al te vaak voelen deze christenen zich als tweederangs t.o.v. christenen die zich part time of full time inzetten in de kerk. Ze voelen zich soms als zwarte schapen binnen de kudde, omdat ze hun tijd en energie wijden ‘aan wereldse zaken’. Overigens werkt Robert Fraser de aspecten van vrijwilligerswerk / opvoeding (onbetaald werk) in zijn boek verder nauwelijks uit. Hij concentreert zich vooral op betaald werk, op het werk dat je mag doen “als voor de Heer” .

Vakmanschap is Meesterschap
In de uitoefening van ons vak, van onze professie, mogen wij de Meester dienen.
Let eens op het volgende: de eerste Schriftplaats waar gesproken wordt over de vervulling met de Heilige Geest en de gaven van de Heilige Geest is geen bijbelgedeelte over profetie en wondertekenen, maar gaat over vakmanschap, artistieke creativiteit en bouwkundig inzicht. Lees Ex. 31:1-11 waar Bezaleël en Oholiab begiftigd worden met specifieke gaven voor de bouw van de tabernakel.

In de kerken worden we vooral toegerust voor onze roeping in/vanuit de gemeente van Christus. En dit terwijl we 95% van onze energie/roeping in het maatschappelijk verkeer investeren. Juist voor dit ‘zendingsveld’ worden we slecht toegerust. Voor christenen in allerlei soorten banen is de werkplek hun ‘zendingsveld’.
Het deed me denken aan een uitspraak van Christian Schwarz: dat het de strategie van de duivel is om christenen zoveel mogelijk avonden per week in kerkzaaltjes bezig te houden. Wat een verlies aan missionair potentieel geeft dat !

Op pag. 61-64 geeft hij de volgende tips:
1e. Rust deze christenen toe hoe ze op een ongedwongen manier het evangelie kunnen delen.
2e. Rust ze toe om met en voor mensen te bidden.
3e. Rust ze toe om de hele dag door te wandelen met God, ook op de werkplek en zich daarin te laten leiden door de Geest.

Aandachtspunten voor voorgangers, predikanten, leidinggevenden:
- Geef christenen in seculiere banen, in vrijwilligerswerk of actief in opvoeding/gezin voluit erkenning voor hun werk, ook in preken en voorbede. Vraag hen wat God door hen heen doet in hun positie. Geef gelegenheid daarover een getuigenis te geven.
Zo organiseerde een predikant binnen de PKN enkele thema-avonden met werkers uit verschillende beroepsgroepen. Prachtig initiatief !
- Zegen hen in hen werk. 
Ik denk nu zelf aan de Wegzending en Zegen in de kerkdienst. Die wegzending is niet bedoeld als “op naar de koffie”, maar als een Heenzending met het oog op je taak. Van de Latijnse woordenIta missa est (“jullie worden gezonden”) is het woord ‘mis’ afgeleid.
- Start een gebedsbijeenkomst met deze christenen in seculiere banen etc.

Doe je werk als voor de Heer  (pag. 107-144, engelse uitgave pag. 87-116)
Efez. 6:7-8, Kol. 3:17,23

Sleuteltekst is Kol. 3:23, een woord gericht aan slaven die christen geworden zijn:
”Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen–uw meester is Christus!”

Met deze houding nodig je God uit om aanwezig te zijn op de werkvloer ! 
God gaat met jou meewerken.
Met deze houding ben je een wandelend getuigenis, ook al zeg je geen woord over Jezus. Want in de wereld is het gebruikelijk om voor eigen belangen/doeleinden te werken. Maar jij werkt “alsof het voor de Heer is”.
Dat doe je zelfs “bereidwillig dienstbaar” (Efez. 6:7), dus niet met een verdeeld hart, maar met je hele hart. 

Deze werkhouding betekent verder:
1e. Ten diepste werk je niet meer voor je baas, maar voor de Heer. Dat maakt je minder afhankelijk van zijn goed-/afkeuring. Met deze houding ontkracht je ook de geest van de wereld die erop gericht jezelf in de organisatie omhoog te werken (‘self-promotion’).
2e. Ook al komen onze opdrachten van gewone mensen, we ontvangen ze “als van de Heer”, waardoor we werken “als slaven van Christus” (Efez. 6:6). 
We doen ons werk met heel ons hart. De praktijk is vaak dat christenen hun werk met een half hart doen, omdat hun hart eigenlijk in de kerk/gemeente ligt. Want dat is naar hun besef het eigenlijke werk dat God hen te doen gegeven heeft….
3e. Omdat we het werk “als voor de Heer”doen, kunnen we ook onze baas “in alles gehoorzamen …. oprecht en in ontzag voor de Heer” (Kol. 3:22). 
Daar zijn natuurlijk grenzen aan: bijv. als de baas iets immoreels vraagt, als er misbruik van je gemaakt wordt of als er anderen (gezins)belangen in het spel zijn.
4e. Vanuit deze houding kan de bereidheid groeien om onaangenaam werk op te pakken, juist waar anderen dat laten liggen.
5e . Je gaat je werk vanuit liefde doen.
6e. Dat je het evangelie verkondigt zonder woorden. 
Denk aan het Visje: “Verkondig het evangelie, desnoods met woorden”.
Of “het enige evangelie dat een nog-niet-christen leest is het leven van een christen.”
7e. Je bent zelfs bestand in vijandige situaties. Wat te doen als het klimaat vijandig tegenover christenen is? Allereerst bidden en God vragen in deze situatie te komen. Hanteer de wapens van liefde, nederigheid, geloof en gebed. En aanvaard dat tegenstand en vervolging horen bij de navolging van Christus.

Vergeet niet dat het christelijk geloof zich in de eerste eeuwen verspreid heeft door het getuigenis van slaven, armen, ongeletterden. Hun (werk-)houding was een getuigenis van de bovenste plank.

Richt je in werk op Koninkrijkszaken  (pag. 145-164, engelse uitgave pag. 117-134) 
Dat zijn geen zaken waarin vroomheid uitgaat boven professionaliteit, juist integendeel. 
Dat zijn ook geen bedrijven waarin iedereen christen is, integendeel. Robert Fraser pleit voor een bedrijfscultuur waarin 10% tot 30% van de organisatie christen is (p. 154). Dit werkt door als een zuurdesem door de hele organisatie

Dus: geen samenballing van zoveel mogelijk christenen in de organisatie, ongeacht hun competenties. Een samenklontering van christenen kan zelfs contraproductief werken, omdat vroomheid gaat prevaleren boven professionaliteit of door de mantel der liefde die van stal wordt gehaald. Dan wordt geloof een dekmantel om gebrek aan kwaliteit/wanprestaties te vergoelijken. Daarmee demotiveer je ook je beste krachten!

Wel een gezonde mix van christenen en nog-niet-christenen - in een klimaat dat mensgericht is (mensen worden gewaardeerd om wie ze zijn, niet om wat ze presteren.

Bid zonder ophouden (pag. 165-178, engelse uitgave pag. 135-145) 

Onderhoud je gebedsleven !

Niet zelden kan het zakenleven of onze seculiere baan onze geloofsleven en gebedsleven uithollen en lamleggen. Zorg daarom dat arbeid en spiritualiteit geïntegreerd zijn.

Je kunt ook denken aan de Benedictijnse spiritualiteit, o.a. zoals beschreven door Wil Derkse, Een levensregel voor beginners – Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven  (2003).

Bewaar je hart (pag. 179-202, engelse uitgave pag. 147-166) 

Het zakenleven is ook een mijnenveld. Daarom spreekt de bijbel en vooral het NT onomwonden over de gevaren van de rijkdom. Rijkdom kan je verkeerde vrienden geven, valse hoop, valse zekerheden (alsof je “van de wieg tot het graf verzekerd kunt zijn”), arrogantie. Bovendien: rijkdom vraagt veel tijd om al je geld en goed te onderhouden.

Illustratief is uit het Spreukenboek 10:15, 13:8, 14:20, 18:11, 18:23, 19:4, 28:11, 22:7, 23:4-5, 30:8. Of de rijke dwaas uit Psalm 49.

Denk ook aan Richard Foster, Geld, seks & macht – hoe ze het leven beheersen … opbouwend en verwoestend (1994). In deel 1 over geld legt Foster uit dat geld iets kwaads in zichzelf heeft, dat het een macht is die maar al te vaak demonische trekken kan krijgen. Daarnaast beschrijft Foster ‘de lichte kanten van het geld’. (Robert Fraser lijkt overigens geld primair positief te waarderen, door zijn hoofdstuk 5 “What to love about money”)

Verder noemt Fraser vanuit Lukas 12:13-21 vier gevolgen van hebzucht:
- je hart verpanden aan tijdelijke dingen (materieel, relationeel - je partner, je kinderen-, emotioneel – bijv zucht naar erkenning)
- onverschilligheid, gemakzucht
- ongevoeligheid voor andermans noden
- doelloosheid

Wat is het alternatief? Wandelen met God
- Gods wil zoeken, telkens weer, ook in materiële zaken
- een levensstijl van vasten (Mike Bickle): bidden – vasten – geven – dienen – het zegenen van je vijanden 
- vrijgevigheid
- liefde !
 

Jan Minderhoud

 

BOEK: Robert Fraser, Marketplace Christianity – Discovering the Kingdom Purposes of the Marketplace, tweede uitgave, 2006  -  nederlandse uitgave, Christen@Work € 16,95